Welterusten

Slapen is iets raars. Je sluit je ogen en je bent er even niet. Om ze vervolgens na een uur of wat weer open te doen en daar ben je weer. Maar wat er in die tussentijd gebeurt is vaak ook heel vreemd. Dromen bijvoorbeeld. Wat er zich daar allemaal in afspeelt, je kunt er verhalen van schrijven.

Slaapwandelen is ook zo’n ding. En nu spreek ik uit ervaring. Al die momenten dat ik op de gang stond, of op de overloop. Bijna buiten als mijn ouders me niet hadden tegengehouden. Of die keren dat ik al de lakens en dekens van mijn bed trok, omdat ik dacht nog aan het vakantiewerk te zijn in de broodfabriek. Of die keer dat ik droomde dat ik in een grot zat en daaruit kroop. Ik voelde de bladeren van een varen langs mijn gezicht strijken. Levensecht die droom. Ja, dat klopte, want ik kroop vanaf mijn bed op een tafeltje met daarop mijn plantenverzameling. Uiteraard was dat tafeltje niet tegen mijn gewicht bestand en knikkerde ik met tafeltje en planten en al om. Dan ben je wel wakker. En gewond.

Gelukkig slaapwandel ik nu nog maar zelden, want het is een enerverende toestand kan ik je vertellen. En gelukkig maakte ik het ook niet zo bont als één van mijn ooms die in de dakgoot ging staan plassen.

Praten in de slaap, ja dat gebeurt nog regelmatig. Ook de echtgenoot kan er wat van. Maar meestal kan ik er geen touw aan vastknopen. Tot afgelopen week. We kijken een film. Al na een half uur vallen bij hem de luiken dicht. Even laten ligt ie languit op de bank. Als de film twee uur later bijna is afgelopen, schiet de echtgenoot overeind en roept: “Oh, is híj dat. Nou snap ik het!”

Ik snapte er niets van, maar dat maakt niet uit. Het is wel leuk om te vertellen!