Voor de kat haar niersteen

Ik maak niet zo veel mee. Jullie? Onze wereld is wat kleiner geworden. En dat wat we nog kunnen/mogen doen, gaat veelal incognito. Met een mondkap voor.

Boodschappen doe ik met een lijstje. Want de juiste producten in de kar krijgen en afstand houden tegelijk vind ik nogal lastig. Een praatje maken aan de kassa zit er ook niet meer in. Want vanaf anderhalve meter naar elkaar roepen dat je last hebt van je aambeien, nee, dat doe je niet. En dan verstaat die ander je niet door dat kapje, kun je je verhaal nog eens doen.

Zelfs de griepprik halen voor moeder was saai dit keer. Vorig jaar kon ik er nog een column aan wijden, over de lange rij en wat daarin gebeurde en werd gezegd. Dit jaar reden we de parkeerplaats op bij de huisartsenpraktijk. Daar was een griepprikstraat ingericht. Moeder stapte uit, gaf haar papieren, assistente stuurde haar naar een andere assistente, prik in de arm, volgende patiënt. Het enige spannende die ochtend was het moment waarop een oudere dame haar auto achteruitzette en daarbij bijna twee soortgenoten overreed.

Gelukkig waren er verkiezingen in Amerika die een week duurde, kregen de overburen beton gestort waar we een uur naar hebben gekeken en werd bij kat Wiep een niersteen verwijderd. En met dat laatste zijn we al meer dan een maand bezig. Want het lieve katje vertikt het om tabletjes te slikken. Ook al zit dat pilletje in haar lievelingshapje, ze ruikt het al van verre. Stop je het in haar bek, kokhalst ze het weer uit. Dus wat doe je dan? Om de dag naar de dierenarts om de medicijnen in een injectie te laten toedienen. Weer proberen om een plasje in een potje te krijgen en uiteindelijk horen dat al die ritjes niet hebben geholpen. Een echo dan maar en ja hoor, zelfs ik als leek zag de boosdoener meteen. Een dikke niersteen in de blaas. Die is er nu uit, met de kat gaat het goed.

Dat was wel zo’n beetje. Oh ja en ik schrijf wat. Maar verder maak ik niet zo veel mee.