Plassen

Ik wist dat de ontwikkeling van kinderen snel gaat. Maar zo snel, dat was ik even vergeten.

Waar de jongste van het stel nu onder andere mamamama zegt en oh nee, alle dierengeluiden imiteert en hele verhalen brabbelt, gebruikt de halfjaar oudere oudste kleindochter al wat meer woorden en kun je kleine gesprekjes met haar voeren. IJs was deze zomer wel haar favoriet.

Tijdens een wandelingetje door het Schutterspark heeft zij het reclamebord met ijsjes al ontdekt, dus daar kunnen we niet meer omheen. (dat kán wel, maar soms wil je dat niet).

Even later speelt de dreumes in het zand en kijkt wat naar de andere kinderen. Als ze bovenop een glijbaantje staat, roept een moeder naar haar zoons: “Willen jullie ijs?” Waarop de kleine meid enthousiast roept: “JA!”

Eerst noemde ze iedereen mama, maar ineens kreeg ze door dat het verschil ‘m in de medeklinkers zit. En dat dat oudere stel waar d’r moeder mam en pap tegen zegt, weer een andere titel heeft. Die oefenen we met veel verve en zie daar, opeens klinkt het: OMA.

Omdat er daar meer van zijn, en zelfs overgrootoma’s, oefen ik nu met Sandra. Of San, voor het gemak. Onze oudste noemde haar oma Greta en opa Sander een tijdje ola Leta en osa Sanne. Dat had ze van mij mogen blijven doen. Soms krijgen grootouders spontaan een bijnaam. Oma Hoensbroek, oma Bril, oma vul maar in. Heel benieuwd altijd hoe zoiets tot stand komt.

Daar is sinds vrijdag enige duidelijkheid in gekomen. Als oma de ruimte verlaat, begint het lipje van de oudste kleine altijd even te trillen. Waarop opa haar geruststelt met: “Oma komt zo, oma is even plassen.”

Zo ook deze vrijdag. Oma verlaat de kamer en de dreumes draagt zelf de oplossing al aan: “Oma plassen.” Plassen met kleine letter, hè, want ik mik zelf nog altijd op San.