Tijd

We vierden de verjaardag van de jongste kleindochter. Eén jaar alweer. Waar blijft de tijd. Nou, die zat om haar heen. Haar overgrootmoeder was er, haar oud-oud-oom, haar opa en oma, tante, oom en nichtje, oom en tante en haar ouders natuurlijk. De rest van de tijd was die ochtend op bezoek geweest, want de bezoekjes aan de jarige werden verspreid.

De tijd laat zich gelden deze middag en de jarige laat het met veel lachjes over zich heenkomen. Haar ouders zorgen voor de natjes en de droogjes. Ondertussen pakt de jarige de cadeautjes uit, probeert de moeder een foto te maken van de jarige samen met haar tante, oma en nichtje (photobombje), blaast de tante bellen, maar laat de jarige haar nichtje de bessenstruiken zien en dat je daar heerlijk besjes vanaf kunt eten en hebben beide dames nergens anders meer oog voor.

Tijd om even af te koelen.

Terwijl de ene oom al met het nichtje in het water ligt en dat nichtje met ‘auw, auw, protesteert tegen het natte nat en de ingewikkelde zwemband, hijst de moeder van de jarige zich snel in haar zwempak. Als ze buiten komt, roept overgrootmoeder: ‘Hey, Erica Terpstra.’

Iedereen lacht, want in de verste verte niet, waarop de overgrootmoeder zich haast te zeggen dat dat óók een zwemster is. Het nichtje heeft ontdekt dat het toch wel leuk is om te dobberen in de zwemband, maar de jarige denkt er het hare van.

De verdere middag verloopt rustig. De jarige zet steeds een paar stapjes als er niemand kijkt. Het nichtje duikt van een drempel (met goede afloop!), uiteindelijk zit iedereen aan tafel, komen de jongste oom en tante door de poort, want oom moest nog werken, wordt er nog een cadeautje uitgepakt, nog wat gegeten, gespeeld en gaat het nichtje naar huis want het is bedtijd. Een straatje later slaapt ze al. Duikt ook de jarige in haar bedje en horen we haar door de babyfoon de dag doornemen, gaat ook de rest van de tijd huiswaarts en doet overgrootmoeder achter in de auto ook alsof ze na een metertje in de auto al slaapt.

En toch, al lachend en gekkigheid makend, voelen we steeds die lege plek. De tijd zou alle wonden moeten helen. Maar overgrootmoeder hoorde deze en gaf die mooie woorden door: ‘We zijn met elkaar verweven.’

En dat is voor altíjd!