Vakantieperikelen, het vervolg

Daar gaan we weer. Ging de reis in de vorige column naar Luxemburg, dit keer rijden we richting Frankrijk. Onze kinderen zijn tieners. Zin in ver rijden hebben we niet, dus heb ik met veel verve gezocht naar een camping in Noord-Frankrijk, op loopafstand van het strand. Lijkt ons leuk voor een keer en vooral voor de tieners, zo vanuit het bed, hup, het strand op en de zee in. Ik vind camping les Dunes. Mooie naam. Een zanderig paadje leidt naar een breed zandstrand. Perfect.

De stacaravan is ruim. Ons uitzicht is precies in het omheinde tuintje van de buren. Een paal met ketting verklapt dat er huisdieren zijn. De zon schijnt warm, het strand lonkt en aangezien de zee op loopafstand is, trekken we onze zwemkleren aan en nemen ieder een tas of deken onder de arm. Daar gaan we, via het zanderige paadje dat ik herken van de foto’s op de site van de camping. Heerlijk, nog even en we liggen met de billen in het zand en met de voeten in de golven.

Het is eb. De golven zijn in geen velden of wegen te bekennen. Dat mag de pret niet drukken, dus we beginnen te lopen. Richting de zee. En dat is een end. Maar nu we er dan toch zijn, zetten we door. Ergens halverwege, waar na het terugtrekken van de zee het zand modderig is en de achtergebleven plassen meertjes op zich zijn, pauzeren we. De zon brandt en we nemen een slokje. We turen naar de branding en draaien ons langzaam om om van het uitzicht achter ons te genieten.

En daar, in de verte, zinderend in de brandende zon, ligt één van Frankrijks oudste kerncentrales die nog in bedrijf is.

Natuurlijk stond het woord kerncentrale in geen enkele omschrijving. En in ons enthousiasme over een camping met een zanderig paadje richting het strand, zijn we helemaal vergeten de omgeving te checken. We zien niet alleen de lucht rondom de centrale trillen, we horen ook een constant gezoem. We horen het op het strand, op de camping, ’s nachts in bed.

Ik kan het me niet goed herinneren, maar volgens mij hebben we geen stap in de zee gezet. Wat ik wel nog weet en wat me nog altijd verbaast is, dat we zijn gebleven.

Oh ja en die paal en ketting in de tuin van de buren? Die waren voor hun kind…