Op vakantie

Ging jouw vakantie of weekje weg niet door? Staan de vrije weken in de zomervakantie op losse schroeven? Geen paniek, als troost neem ik je mee op een paar familietripjes. Mijn grootouders en ouders waren niet zo van de hele verre reizen. Maar wel van de gezelligheid. Van ieder uitstapje werd een feestje gemaakt. Koffie, broodjes, stoeltjes en tafeltje mee en op weg. Toen ik nog een heel kleine Sandra was, gingen die uitstapje vaak naar de Brunssummerheide. Werd het een heel warme dag, namen we een teil water mee in ons Volkswagenbusje. Oom Wim die zelf nog een snotblaag was, moest op het deksel zitten, zodat het water niet over de rand klotste.

Vele jaren later gingen we met diezelfde oom Wim en grootouders kamperen in Luxemburg waar we één van onze memorabelste vakanties vierden.

We schrijven het jaar weet ik niet meer, ik ben een jaar of dertien. Onze vouwwagen hangt achter de auto en opa en oma Dragstra zitten samen met hun tweepersoonstentje in hun Daf gepropt. Het weer is goed, de vooruitzichten minder, maar we laten er de pret niet door bederven. Ik heb geen idee of de camping van tevoren was geboekt, of dat we er toevallig langsreden. In dat laatste geval hadden we beter door kunnen rijden.

We zoeken de meeste rechte plek op de berg. Opa timmert het tentje goed vast. Die avond snappen we waarom, want het gesnurk galmt over de camping.

Als het water voor koffie staat te koken, merk ik op: “Dat water stinkt naar pies.”

Dat had een waarschuwing kunnen zijn. Hád. We dronken het water ook ongekookt. Hoe lang het duurde en wie er het eerste ziek werd, weet ik niet meer. Maar met de komst van de regen begon de ellende. Om de beurt rende we naar de toiletruimtes en we werden steeds zieker. Behalve mijn oma. Toen mijn grootvader zelfs de toiletruimte niet meer haalde, pakten we in en vertrokken we naar huis.

Een terugreis met hindernissen. Want onderweg moest er regelmatig gestopt worden. Vooral mijn grootvader had het zwaar. Bij de eerste stop belde hij aan bij een huis en kwam met een fles sterke drank weer naar buiten. Het bleek water de te zijn. Bij de volgende stop ging hij op een stapel hout liggen, en zei: “Rij maar verder, laat mij maar.”

We kwamen thuis, de zon begon te schijnen en we voelden ons al een stuk beter.  

Nu ik dit schrijf herinner ik me een eerdere column over deze vakantie, zoveel indruk heeft die gemaakt.

En wat ik zei over verre reizen klopt niet helemaal, want mijn grootouders stapten in een vliegtuig om oom Wim op Sint-Maarten te bezoeken.